Vindt u onafhankelijke, diepgravende informatie over Almere belangrijk? Neem dan nu een abonnement op Almere Diep voor 35 euro

We doen het zelf

door Babette Brouwer en Mario Withoud

Het is markt. Vanachter het cafétafeltje kijken Henk en Jan uit op de zijkant van de notenkraam, die met zijn rug naar het Almeerse stadhuis toe staat. Een kwartier geleden was Jan bij Henk aan tafel komen zitten. Zoals altijd was Jan net zo lang blijven praten tot hij van Henk een drankje aangeboden kreeg.  In de wetenschap dat Jan hem nooit wat te drinken zou aanbieden, had Henk twee vingers opgestoken naar de barman.

‘Je kan wel zien waar het geld zit’, zegt Jan, terwijl hij zijn snor begraaft in de schuimlaag van het biertje dat hij bijna in een teug naar binnen giet.  ‘Ja’, vervolgt Jan zijn betoog, ‘ik ben maar een arme uitkeringtrekker en jij hebt een eigen bedrijf.‘
Misprijzend schudt Henk zijn hoofd. Zal hij zeggen dat hij niet zoals Jan huurtoeslag krijgt? Geen kwijtschelding van gemeentebelastingen? Veel minder zorgtoeslag?
‘Ik vraag me af, Jan, wie van ons elke maand het meest te besteden heeft als de vaste lasten betaald zijn.’
‘Jij mag niet klagen’, zegt Jan, de laatste slokken van zijn bier naar binnen gulpend.
‘Ik klaag niet, ik vraag me alleen af wie er uiteindelijk meer geld voor boodschappen en dergelijke overhoudt’, zegt hij uiteindelijk.  
Om tijd te winnen en zich een houding te geven, trekt Henk zijn colbertje uit. Hij ziet dat de manchetten van zijn overhemd beginnen te rafelen. Hoe lang geleden heeft hij voor het laatst nieuwe kleren gekocht? Anderhalf jaar terug? Twee jaar geleden?
‘Jij hebt geld en ik niet’, begint Jan weer, en feller: ‘Ik… ik ben een armoedzaaier.’

Zijn eigen bestaan overpeinzend staart Henk  naar buiten, naar de ingang van het stadhuis, waar een voortdurende stroom mensen in en uit loopt.
 ‘Je zegt niks omdat je weet dat ik gelijk heb’, dramt Jan.
‘Ik houd mijn mond omdat ik geen zin heb in een oeverloze discussie. Ik weet dat jij je niks van de feiten aantrekt. Jij kent maar een waarheid, die van jou.’
‘Nee’, zegt Jan, ‘wat ik zeg, is de waarheid! Gewone mensen als ik hebben niets in de melk te brokkelen. Het is het grote geld dat aan de touwtjes trekt. Ondernemers zoals jij, die hebben de macht.’
Ondanks dat hij het probeert, lukt het Henk niet om te glimlachen, te doen alsof hetgeen gezegd wordt hem niet raakt. Hij neemt een slokje bier.
‘Ja, drink je glas eens leeg, gierigaard, dan kunnen we er nog een bestellen’, houdt Jan zijn lege glas omhoog.
Het valt Henk van zichzelf tegen dat hij zich nog op laat jagen ook. Haast kokhalzend leegt hij zijn glas. Jan roept ondertussen naar de bar dat er nog twee bier moet komen, op rekening van die kapitalist tegenover hem.

Terwijl de barman hun bestelling brengt, komt er aan het tafeltje naast hen een jonge vrouw zitten. Niet alleen Henk, maar ook Jan is even helemaal afgeleid door haar knappe en pientere gezicht, haar imposante bos knalrode krullen en haar behoorlijk stevige, maar erg goed geproportioneerde lichaam. Ze lijkt de mannen niet op te merken, bestelt een dubbele espresso en verdiept zich in haar telefoon.
‘Weet je’, vervolgt Jan zijn monoloog terwijl hij gulzig van zijn bier drinkt, ‘graaiers en het grootkapitaal die denken niet om gewone mensen zoals ik. Weet je nog, dat ene leuke winkeltje in het stadshart? Dat is ook weggeconcurreerd door de grote ketens. En het gemeentebestuur van Almere, de raadslieden en wethouders, die doen er ook al geen ene mallemoer aan, die zijn volledig op de hand van de grootwinkelbedrijven en gunnen de kleine ondernemers niets.’

Met enige moeite weet Henk  de woordenstroom van Jan te stoppen.
Dan is het zijn beurt om een betoog te houden: ‘Mensen hebben zelf de macht in handen. Ja, ook als individu. Het begint en eindigt immers met de consument. Die beslist zelf waar het geld uitgegeven wordt. Die individuele consument zorgt ervoor dat de boel loopt zoals het loopt. Niet de graaiers of het grootkapitaal beslissen. Wij, dus ook jij en ik Jan, bepalen als consument waar het geld naar toe gaat. Als wij allemaal in kleine winkels kopen dan is het gauw gebeurd hoor met die grote ketens. Ontstaat er ellende dan is dat ellende die we zelf in de hand hebben gewerkt, zelf over alles en iedereen af hebben geroepen. Zolang mensen niet zelf de verantwoordelijkheid nemen en maar naar anderen blijven wijzen verandert er niks. Helemaal niks!’ 

Net als Jan er iets tussen wil werpen mengt de roodharige dame zich in hun gesprek.
‘Heren’, zegt ze ‘heren!'
De dame kijkt hen strak ietwat spottend aan. Ze buigt iets richting Henk. ‘Heeft u er wel eens aan gedacht om aan cabaret te gaan doen? U bent uiterst vermakelijk meneer. U presenteert hier zeer gepassioneerd een one-man show over daadkracht en eigen verantwoordelijkheid.’
‘En u meneer’, zegt ze met een hoofdknik richting Jan, ‘U verdient vast de kost als professioneel slachtoffer. Ik weet heus wel dat er een zwart-wit beeld bestaat. Dat er een spookbeeld is dat zegt dat een mens, een individu, weerloos is. Nergens invloed op heeft.  Dat de mens een speelbal, ja een slachtoffer is van het bedrijfsleven. En een waanbeeld dat succes en geluk keuzes zijn, dat alles maakbaar is, als we maar willen en ons er hard genoeg voor inzetten.’
Ademloos kijken de mannen haar aan. De dame zet haar handen op haar heupen, 'Nou heren, als ik jullie zo tekeer hoor gaan, dan vraag ik me eerlijk gezegd maar een ding af; het is overduidelijk dat jullie elkaar horen, maar luisteren jullie wel naar elkaar?’
Na het uitspreken van deze woorden verlaat ze zonder verder nog iets te zeggen het café. Jan kijkt naar de vloer, Henk naar het plafond.

Reacties

Log in of maak een profiel aan op deze site
Als je inlogt of een profiel aanmaakt op deze site kun je sneller reageren en worden je reacties automatisch geupdate met je nieuwe gegevens als je die aanpast. log nu in/schrijf je nu in 
Commentaar
Jouw naam/bijnaam
Website url
E-mail
Vul deze captcha in
Dit is een verplicht veld